Wie goed doet, goed ontmoet

2021 is het ‘jaar van de vrijwillige inzet’. Het thema is ‘Mensen maken Nederland.’ Eén op de drie Culemborgers zet zich vrijwillig in bij een van de ruim 30 vrijwilligersorganisaties. Vrijwilligerswerk maakt het verschil; Culemborg wordt daar mooier van. Vrijwilligerswerk doen is een verrijking voor je leven. Elke maand vertelt een vrijwilliger over zijn/haar ervaringen met vrijwilligerswerk. 

Feras Al Halbuni kwam 5 jaar geleden naar Nederland. Hij woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in Eva-Lanxmeer. Inmiddels heeft hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en in mei doet hij een aanvraag voor het krijgen van de Nederlandse nationaliteit. Als sinds zijn komst naar Culemborg zet Feras zich in als vrijwilliger bij verschillende organisaties.

Geen type om thuis te blijven zitten

De reden voor Feras om te starten met vrijwilligerswerk was het verbeteren van zijn Nederlandse taal. Hij startte naast zijn inburgeringslessen met vrijwilligerswerk bij het kringloopcentrum. “Ik ben zes maanden actief geweest bij Bartje.  Daar maakte ik de bonnen voor spullen die verkocht werden.”

Eind 2017 maakte hij de overstap naar Vluchtelingenwerk. “Ik ging aan de slag als niet-beëdigd tolk en klasse assistent. Het liefst zou ik officieel als tolk of vertaler aan de slag te gaan. Ik houd van werken. Helaas is dat vanwege mij gezondheid niet mogelijk. Ik heb namelijk twee nieuwe knieën, hemofilie  en glaucoom (een oogziekte).”

In Syrië werkte Feras 15 jaar als verpleegkundige en daarna 4 jaar als administratief medewerker in een magazijn. “Ik ben niet het type om thuis te blijven zitten. Ik ga me dan lichamelijke en psychisch slecht voelen. Daarom vind ik het belangrijk bezig te blijven buitenshuis. Vrijwilligerswerk geeft mij een prettige tijdsbesteding. Ik vind het leuk op die manier mijn netwerk te vergroten en om andere mensen te helpen.”

Een netwerk opbouwen is belangrijk

Zijn netwerk bestond na aankomst in Culemborg uit zijn taalcoach, zijn contactpersoon van VWON en zijn buurvrouw. Feras is blij dat hij vijf jaar later nog steeds contact heeft met deze mensen. “Zij hebben mij bij aankomst in Culemborg op weg geholpen, nu beschouw ik hen als familie. En waar ik kan doe ik iets terug voor de hulp die ze mij hebben geboden. Dan gaan we gezellig samen eten en breng ik wat positiviteit. In de inburgering heb ik geleerd ‘Beter een goede buur, dan een verre vriend. En ‘Wie goed doet, goed ontmoet”.

Het netwerk van Feras groeide snel. “Ik heb zelf ervaren hoe moeilijk het is als je aankomt in Nederland en je krijgt post van allerlei instanties, je begrijpt niet wat er staat. Ik vond het belangrijk om dit soort zaken zelfstandig op te kunnen pakken. Ik ben een sociaal persoon en maak graag nieuwe vrienden. Als ik hulp nodig had, dan ging ik op zoek naar mensen die mij konden helpen.”

Zo kwam hij ook in contact met Jolanda Slobbe, wijkcoach bij ElkWelzijn en coördinator van het Leerhuis in wijkcentrum de Salaamander. Jolanda zegt: “Feras viel direct op, doordat hij uit zichzelf contact zocht met allerlei mensen binnen de Salaamander. Zo wandelde hij ook bij het Leerhuis binnen met vragen of om een gezellig praatje te maken. En altijd met een glimlach op zijn gezicht. Feras is altijd erg dankbaar als ik hem help. Op een bepaald moment gaf hij aan dat hij ook graag iets terug wilde doen. Toen heb ik hem uitgenodigd om als ervaringsdeskundige een rol te hebben in de participatieverklaringstrajecten voor de statushouders. Zo kon hij tolk zijn, zoals hij graag wil en konden hij anderen inspireren door te vertellen vanuit zijn eigen ervaring.”

Schaamte is niet nodig

Feras heeft voor de komende tijd een duidelijk doel voor ogen: “Ik blijf me nog steeds inzetten om mijn taal te verbeteren, ik leer nog elke dag nieuwe woorden. Graag wil ik Nederlands op B1-niveau kunnen spreken. Dan wil ik vrijwilligerswerk doen bij de formulierenbrigade. Ik blijf ook andere Syrische mensen helpen om de weg te vinden in Nederland. Ik help hen met vragen over hoe ze een afspraak moeten maken, geef informatie over waar ze hulp kunnen krijgen of ik ga zelfs mee naar het ziekenhuis of de GGD als het nodig is”.

Als tip aan andere nieuwkomers in Culemborg wil hij graag meegeven: “Schaam je niet, maak zelf contact en durf om hulp te vragen. Ik heb ervaren dat veel Nederlandse mensen graag willen helpen. Je stelt ze niet teleur als je taalfouten maakt en ze lachen je niet uit. Stel je open en kwetsbaar op, dan komt het goed. ” 

Deel dit bericht

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Bekijk onze andere berichten

Een tas voor contact

Jaarlijks ontvangen in de gemeente Culemborg zo’n 880 personen een bijstandsuitkering (+110 in de AOW leeftijd). Een groot deel van deze groep wordt begeleid door